Niet invullen, maar vragen: werken aan cultuursensitieve jeugdhulp

Publicatietype: Publicatie

Published on

Hoe zorg je ervoor dat je als hulpverlener niet alleen de hulpvraag van een kind of jongere ziet, maar de hulpvraag begrijpt binnen de wereld waarin het opgroeit? En hoe voorkom je dat je als professional zelf invult wat belangrijk is, waardoor je mogelijkheden voor begrip, aansluiting en een effectieve behandeling mist? Juist door hier vanaf het begin aandacht voor te hebben, kun je beter aansluiten bij wat een kind nodig heeft.

Het Cultural Formulation Interview (CFI) is een hulpmiddel dat hulpverleners helpt om de sociaal-culturele context van een cliënt te bespreken. Levvel en Parnassia Groep ontwikkelden en onderzoeken een versie voor kinderen en jongeren: het Cultural Formulation Interview voor Kinderen en Jongeren (CFI-KJ). Werkt de aangepaste versie voor kinderen en jongeren ook goed in de praktijk?

Aan het onderzoek werken vanuit Levvel Licheng Chao en Marcia Adriaanse mee. Vanuit Parnassia Groep zijn Hanifa Yahyaoui en Sam Ghane betrokken.

Het CFI: niet invullen, maar vragen

Het CFI voor volwassenen is opgenomen in de DSM-5 en wordt gebruikt om cultuursensitiever te werken. Daarom wordt nu ook een kind- en jeugdversie ontwikkeld. Het CFI is geen vragenlijst die je simpelweg afwerkt. Het biedt houvast om met een open en nieuwsgierige houding het gesprek aan te gaan. Daarbij geldt een belangrijk uitgangspunt: de beste bron over iemands cultuur is de cliënt zelf. Door niet vooraf in te vullen wat een bepaalde achtergrond betekent, maar hierover vragen te stellen, ontstaat ruimte voor het perspectief van de cliënt en wat precies de hulpvraag is.

Ook in de jeugdhulp is het belangrijk om oog te hebben voor de leefwereld en cultuur van kinderen, jongeren en hun gezinnen. Wat is voor dit kind en gezin belangrijk? Hoe kijken zij zelf naar hun situatie? En welke rol speelt hun sociaal-culturele context daarin?  

Blijf op de hoogte met persoonlijke alerts over dit onderwerp

Daarbij gaat het niet alleen om gezinnen met een andere culturele achtergrond dan die van de hulpverlener. Ieder kind en ieder gezin heeft een eigen sociaal-culturele context. Juist wanneer een kind of gezin op het eerste gezicht veel op de hulpverlener lijkt, kan het risico bestaan dat je onbewust aannames doet en invult wat voor de ander belangrijk is. 

Met onderzoek wordt bekeken hoe het CFI-KJ als instrument in de praktijk wordt ervaren en wat nodig is om het goed te laten aansluiten.

Onderzoeken wat werkt

In het onderzoek naar de CFI-KJ wordt gekeken naar de haalbaarheid, aanvaardbaarheid en bruikbaarheid van het instrument. 

Aan het onderzoek deden 4 teams mee: gebiedsteam Amsterdam Nieuw-West van Levvel, DUO en AA (Amstelland) van Levvel en Youz Utrecht van Parnassia Groep. De dataverzameling wordt inmiddels afgerond. De ervaringen uit de praktijk worden nu gebruikt voor een verdere aanpassing van het CFI-KJ. Daarna wordt het aangepaste instrument opnieuw besproken en getoetst in focusgroepen. De uitkomsten daarvan vormen weer input voor een volgende aanpassing. Zo wordt het instrument stap voor stap ontwikkeld en verbeterd op basis van ervaringen uit de praktijk.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Als het onderzoek laat zien dat de CFI-KJ haalbaar en bruikbaar is en het instrument uiteindelijk beschikbaar komt, kan het hulpverleners een concreet hulpmiddel bieden om vanaf het eerste gesprek aandacht te hebben voor de sociaal-culturele context van een kind en gezin. Het doel is om vanaf het begin beter aan te sluiten bij wat een kind en gezin nodig hebben. Op deze manier kan de CFI-KJ bijdragen aan meer begrip, betere aansluiting en uiteindelijk effectievere behandelingen.

Zodra er nieuwe resultaten en ontwikkelingen zijn over dit onderzoek delen we die hier op Levvel Up.