In de jeugdhulp ligt de focus bij gehechtheid vaak op jonge kinderen. Logisch, want daar begint het. Maar wat gebeurt er daarna? Tijdens de adolescentie (de tienerjaren van 12 tot 18 jaar) maken jongeren grote stappen richting autonomie en identiteit. Dat roept soms de aanname op dat gehechtheid aan opvoeders minder belangrijk wordt.
Recent onderzoek van Petra Helmond (Levvel), samen met Anouk Spruit, Renée Uittenbogaard (Basic Trust) en Marc Noom (Universiteit van Amsterdam), laat zien dat dit beeld niet klopt: juist in deze fase blijft de relatie met opvoeders van grote betekenis, al verandert de vorm. Het onderzoek is gepubliceerd in het Tijdschrift voor Orthopedagogiek van Instondo.
Autonomie vraagt om een veilige basis
Jongeren zoeken ruimte om hun eigen keuzes te maken en hun identiteit te ontwikkelen. Maar ze blijven ook behoefte houden aan nabijheid, steun en emotionele veiligheid. Het onderzoek laat zien dat autonomie en gehechtheid geen tegenpolen zijn. Een veilige gehechtheidsrelatie met opvoeders biedt juist de basis om te ontdekken, risico’s te nemen en te groeien.
Conflicten horen bij deze ontwikkelingsfase. Ze ontstaan vaak in het spanningsveld tussen de wens van jongeren om zelfstandiger te worden en de behoefte van opvoeders om veiligheid te bewaken. Niet het conflict zelf, maar juist het herstel van het conflict is voor de gehechtheidsrelatie. Openheid, erkenning en ruimte voor verschil maken zijn hierin vanbelang.
De rol van vrienden
Een deel van de ‘gehechtheidstaken’ tijdens de adolescentie verschuift van de opvoeder naar leeftijdsgenoten. Vrienden en relaties bieden steun, gezelschap en erkenning. Ze worden steeds belangrijker voor het sociale en emotionele welzijn. Toch blijft de band met opvoeders onmisbaar: zij vormen de stabiele basis waarbij jongeren hun ervaringen met anderen kunnen toetsen. Jongeren blijven hun opvoeders raadplegen bij stressvolle situaties of belangrijke beslissingen. Vrienden vormen een belangrijke aanvulling op opvoeders, maar zijn geen vervanging.
Hoe gehechtheid eruitziet in de adolescentie
De onderzoekers combineerden wetenschappelijke literatuur met focusgroepen en interviews met ervaren jeugdhulpprofessionals. Op basis daarvan beschrijven zij concrete uitingsvormen van 4 gehechtheidsrelaties in de adolescentie:
- Veilige gehechtheid: jongeren zoeken een gezonde balans tussen zelfstandigheid verkennen en nabijheid van hun opvoeder.
- Vermijdende gehechtheid: jongeren verkennen erg veel zelfstandig en zoeken tegelijkertijd erg weinig nabijheid bij hun opvoeder, ze minimaliseren hun gehechtheidsgedrag in interactie de opvoeder.
- Ambivalente gehechtheid: jongeren verkennen erg weinig zelfstandig en zoeken tegelijkertijd erg veel nabijheid van hun opvoeder, ze maximaliseren hun gehechtheidsgedrag in interactie met hun opvoeder.
- Gedesorganiseerde gehechtheid: jongeren laten een divers en tegenstrijdig patroon van gehechtheidsgedrag zien in interactie met hun opvoeder.
Wat ook opviel, is dat de relatie verschuift van een eenzijdige zorgrelatie van opvoeder naar de jongere naar een steeds meer gelijkwaardige en wederkerige relatie tussen opvoeder en jongere. Jongeren gaan hun opvoeders realistischer zien, met sterke en minder sterke kanten. Deze ‘de-idealisatie’ is een belangrijke stap in de identiteitsontwikkeling.
Verandering blijft mogelijk
Tijdens de adolescentie worden interne werkmodellen van gehechtheid stabieler, maar ze liggen niet vast. Nieuwe ervaringen kunnen bestaande patronen versterken, maar ook bijstellen. Dat is een hoopvolle boodschap, zeker voor jongeren met negatieve gehechtheidservaringen. Het geeft het belang aan van positieve en soms ook herstellende gehechtheidsinteracties tussen opvoeder en jongere in het dagelijks leven. Pleeg-, gezinshuis- of adoptieouders spelen hier ook vaak een erg belangrijke rol in. Soms lopen de interacties tussen opvoeder en jongere minder vanzelf en kan een gehechtheidsbevorderende interventie hier ondersteuning bieden.
Wat vraagt dit van professionals?
Voor jeugdhulpprofessionals betekent dit dat gehechtheid ook in de adolescentie aandacht dient te krijgen in de hulpverlening aan gezinnen en jongeren. Niet als een label, maar als onderdeel van de ontwikkeling van jongeren dat er blijvend toe doet.
Het overzicht van gehechtheidsuitingen biedt jeugdhulpverleners houvast om signalen te herkennen en het gesprek aan te gaan met jongeren en hun opvoeders. Gehechtheid stopt niet bij de kindertijd, maar blijft richtinggevend voor herstel en ontwikkeling, ook in de adolescentie. Het werkt door op de ontwikkeling van jongeren in hun gedrag, emoties en relaties, en op diepere ontwikkelingslagen zoals zelfbeeld, identiteit en persoonlijkheid.
Meer lezen?
Publicatie in het Tijdschrift voor Orthopedagogiek - Instondo