De invloed van taal bij ADHD

Publicatietype: Publicatie

Published on

Hoe we spreken over ADHD maakt verschil. Woorden als ‘stoornis’, ‘afwijkend’ of ‘probleemgedrag’ lijken misschien vanzelfsprekend binnen de hulpverlening, maar beïnvloeden hoe kinderen, ouders enprofessionals naar ADHD kijken. In een internationaal commentaarstuk in het toonaangevende Lancet Psychiatry over taalgebruik rond ADHD in onderzoek en praktijk wordt dit kritisch onder de loep genomen. Aan de publicatie werkte ook Tycho Dekkers van Levvel mee. 

Woorden sturen hoe we ADHD begrijpen 

Taal is niet neutraal en heeft veel impact. Woorden bepalen niet alleen hoe mensen ADHD zien en ermee omgaan, maar ook hoe onderzoekers en professionals ermee werken. Medische en sterk probleemgerichte termen, zoals stoornis, afwijkend of defect, kunnen onbedoeld bijdragen aan stigma en het beeld van ADHD beperken. 

Bewust omgaan met taal: reflectievragen 

De auteurs roepen professionals op altijd kritisch te blijven op hun eigen taalgebruik en het actief te onderzoeken en aan te passen als dat beter is. In de publicatie staan reflectievragen die hierbij helpen, en die je als professional meteen zelf toe kunt passen in de praktijk. 

Reflectievragen: 

  • Zou ik deze woorden gebruiken in een gesprek met een kind met ADHD of hun ouder? 

  • Impliceert mijn taal dat iemand met ADHD minderwaardig is aan neurotypische mensen, of dat hij/zij iets fundamenteels mist? 

  • Klinkt het alsof ADHD iets is dat ‘gefixd’, ‘genezen’, ‘gecontroleerd’ of vermeden moet worden? 

  • Herken ik ADHD als een natuurlijke variatie in de manier waarop mensen denken en leren, in plaats van een stoornis die moet verdwijnen? 

  • Maak ik mijn taal onnodig medisch, zonder rekening te houden met de invloed van omgeving en context? 

  • Leg ik in mijn onderzoek de nadruk op gedragscontrole, of geef ik mensen met ADHD zo veel mogelijk autonomie en eigen regie? 

  • Benoem ik ook de sterke kanten en talenten van kinderen met ADHD, en niet alleen hun uitdagingen of moeilijkheden? 

  • Gebruik ik respectvolle en niet-oordelende taal als ik ADHD-gerelateerd gedrag beschrijf, en vermijd ik woorden die kunnen stigmatiseren of kleineren? 

  • Erken ik de invloed van omgevingsfactoren op ADHD-gerelateerd gedrag, in plaats van alles toe te schrijven aan het kind? 

  • Erken ik de diversiteit in ADHD-ervaringen, en dat ervaringen en perspectieven kunnen verschillen tussen mensen? 

  • Gebruik ik bepaalde woorden of uitdrukkingen alleen omdat ze traditioneel zijn in mijn vakgebied, terwijl mensen met ADHD hebben aangegeven dat die taal stigmatiserend kan zijn? 

  • Wat zou het effect zijn van mijn woorden op mijzelf als ik zou vermoeden dat ik ADHD heb? 

Respectvol taalgebruik  

ADHD is een ontwikkelingsstoornis, maar sommige woorden kun je richting kinderen en ouders beter vermijden omdat ze snel stigmatiseren, zoals ziektestoornisafwijkenddefecttekortkoming, of abnormaal. Meer neutrale alternatieven zijn bijvoorbeeld verschillen, ADHD-groep of neurotypisch.  

Door woorden bewust te kiezen, help je kinderen zich begrepen en gewaardeerd te voelen. Het kan bijdragen aan een positiever zelfbeeld bij kinderen en meer erkenning bij ouders. Bewust omgaan met taal is daarmee geen detail, maar onderdeel van goede, zorgvuldige en inclusieve jeugdhulp. 

Meer weten? 

Lees hier het volledige onderzoek