Oudertraining helpt ouders om gedragsproblemen bij jonge kinderen te verminderen, zoals agressief of uitdagend gedrag of gedragsproblemen door een ontwikkelingsstoornis. De trainingsprogramma's hiervoor worden al tientallen jaren ingezet. Maar de wereld waarin ouders opvoeden is veranderd. Hebben de trainingen vandaag de dag nog hetzelfde effect als vroeger?
Die vraag stond centraal in een grote internationale meta-analyse, waaraan ook Levvel-onderzoekers Marjolein Luman en Tycho Dekkers meewerkten.
Meta-analyse van 50 jaar onderzoek
De eerste onderzoeken naar de effecten van gedragsgerichte oudertraining dateren uit eind jaren 70. Voor deze meta-analyse verzamelden onderzoekers gegevens uit 244 wetenschappelijke studies in 50 jaar, uitgevoerd in 36 landen. In totaal ging het om bijna 29.000 gezinnen. Door deze studies te bundelen, konden de onderzoekers onderzoeken hoe de effecten van gedragsgerichte oudertrainingen zich in de loop van de tijd hebben ontwikkeld en of die effecten zijn veranderd.
De effectiviteit: van afname naar stabiliteit
Wat heeft de meta-analyse laten zien?
- De oudertrainingen deden wat ze moesten doen vanaf de allereerste inzet. Maar de analyse laat wel zien dat de effecten in de eerste decennia geleidelijk afnamen.
- Die afname in effectiviteit in de beginperiode kan niet worden verklaard door strengere onderzoeksmethoden, andere doelgroepen of inhoudelijke veranderingen in de programma’s.
- Sinds circa 2000 zijn de effecten stabiel gebleven; de trainingsprogramma’s zijn niet effectiever (of minder effectief) geworden, ondanks doorontwikkeling.
- De trainingsprogramma’s blijven effectief in het verminderen van gedragsproblemen bij jonge kinderen.
Niet de oudertrainingen, maar de context lijkt te veranderen
Hoe kunnen we deze uitkomsten duiden? De onderzoekers wijzen erop dat maatschappelijke veranderingen door de jaren heen de toepassing van oudertrainingen beïnvloeden. Welke maatschappelijke factoren dat precies zijn is niet expliciet onderzocht, maar het is mogelijk te verklaren door:
- Ouderstress: ouders ervaren meer druk en spanning in het dagelijkse leven.
- Meer prikkels en informatie-overload: ouders worden overspoeld door advies, media en digitale content.
- Veranderende verwachtingen rond ouderschap: andere normen en idealen rondom opvoeden dan decennia geleden.
Wat betekent dit voor de praktijk?
De belangrijkste conclusie is tweeledig. Aan de ene kant laten de resultaten zien dat gedragsgerichte oudertrainingen een betrouwbare basis vormen: ze werken nog steeds en blijven relevant voor de jeugdhulp. Maar ook is duidelijk dat de effectiviteit niet verder is toegenomen, ondanks jarenlange inzet en doorontwikkeling.
Vernieuwing is nodig
De huidige programma’s behouden hun waarde, maar de onderzoekers stellen wel dat het, om de effectiviteit te vergroten, belangrijk is om verder te experimenteren met de inhoud, de manier van aanbieden en de personalisatie van oudertrainingen. Beter passend bij de tijdsgeest en gericht op de toekomst. Vervolgonderzoek naar innovatieve nieuwe methoden is dan ook een duidelijke aanbeveling. Dit sluit aan bij de werkwijze van Levvel, waar we momenteel een kortdurende en gepersonaliseerde oudertraining van 3 sessies implementeren in ons zorgaanbod.