Publicatietype: Interview
Published on 24 september 2025
Gerelateerd thema's: Trauma en gehechtheid LVB en LVB+ Ontwikkelingsproblemen
Auteur: Esther Bontekoe
5 minuten lezen
277 keer gelezen
Om deze publicatie in je favorieten te plaatsen, moet je ingelogd zijn.
Jongeren met een licht verstandelijke beperking (lvb) hebben vaak veel meegemaakt, maar praten daar niet altijd over. Schaamte, angst en vermijdend gedrag maken dat trauma bij deze groep vaak onzichtbaar blijft. Toch kan passende behandeling veel verschil maken. Het verhaal van Mo laat zien hoe belangrijk dat is. Zoals hij zelf zegt: ’Ik heb een andere gebruiksaanwijzing.’
Mo is een gefingeerde naam. Ook zijn er wat gegevens gewijzigd of weggelaten ten behoeve van het bewaken van de anonimiteit van deze jongere.
Mo (20) is een jongen met een lvb die jarenlang op het Kamer Trainingscentrum van Levvel1 woonde waar jij ook dagbesteding volgde. Hij leek vooral een vrolijke jongen, die met grapjes moeilijke situaties uit de weg ging. Pas toen hij individuele therapie van Esther Bontekoe (Levvel) kreeg, durfde hij stukje bij beetje te vertellen over de traumatische gebeurtenissen in zijn jeugd. Alsof er in zijn hoofd een deurtje was opengezet. Maar hij vond het zichtbaar moeilijk om te delen, omdat hij dit zijn hele leven voor iedereen verborgen had gehouden.
Wat eerst niet opviel, viel nu opeens op zijn plek. Het blowen, de slaapproblemen, zijn negatieve zelfbeeld en zijn vermijdende gedrag: het bleek allemaal onderdeel te zijn van heftige, onverwerkte ervaringen. Het clowneske gedrag wat hij liet zien, was zijn coping geworden, zodat niemand zou merken wat er werkelijk in hem omging.
Blijf op de hoogte met persoonlijke alerts over dit onderwerp
Esther Bontekoe vertelt: ’Mo had in het verleden al EMDR* gehad bij een andere instelling, maar dat had volgens hem alleen ’het topje van de ijsberg’ aangeraakt. Toen hij bij Levvel opnieuw openlijk over zijn ervaringen ging praten, kwamen ook steeds meer nieuwe herinneringen naar boven. Zelf kwam hij met zijn eigen diagnose complex trauma, nadat hij hier filmpjes over had gezien op TikTok en YouTube. In overleg met de betrokken Kinder- & Jeugdpsychiater, hebben we een CAPS-CA* afgenomen, die dit bevestigde.’
Omdat Mo geen vertrouwen had in opnieuw EMDR adviseerde Levvel’s kennisnetwerk Trauma & Gehechtheid om te starten met TF-CBT* (trauma-focused cognitive behavioral therapy) met een traumatherapeut. Daarin schrijft de jongere het eigen traumaverhaal op en leest dit voor aan iemand uit diens netwerk. Voor Mo bleek dat ingewikkeld: hij wilde dit verhaal met niemand uit zijn omgeving delen. Daarom sprak Esther met hem af dat hij dit met haar kon doen.
Als een traumatherapeut niet gewend is om met een jongere met een lvb te werken, kan het zoeken zijn naar een passende vorm. Deze doelgroep vindt het vaak (nog) veel moeilijker om een therapeut te vertrouwen, heeft de neiging om vragen eerder negatief te interpreteren en heeft veel meer tijd nodig voor zij zich aan de therapie over kunnen geven.
Voor traumabehandelaren helpt het als zij vooraf een goede overdracht krijgen over een jongere, wat de precieze vraag is en wat het gedrag van de jongere betekent. Juist omdat er meer tijd en meer energie gestoken moet worden in het opbouwen van een relatie met jongeren met een lvb.
Voor jongeren is het al overweldigend om aan een trauma te werken maar voor jongeren met een lvb is dat vaak nog ingrijpender.Juist omdat zij meer moeite hebben met het verwoorden van hun emoties, minder vaardigheden hebben om deze te reguleren en een ander zelfinzicht hebben, voelt het voor hen onveiliger om aan een trauma te werken.
Andersom helpt het de vaste begeleider van een jongere om na therapiesessies een overdracht te krijgen van de traumatherapeut. Zo kan de begeleider buiten de therapie de jongere ondersteunen bij de verwerking en ondertiteling van ervaringen en losgekomen emoties.
Tijdens EMDR denk je terug aan het vervelendste beeld van wat je hebt meegemaakt. Je therapeut stelt vragen over wat je voelt en denkt.
Tegelijkertijd doe je een afleidende taak, zoals met je ogen een bewegend licht volgen of met je
vingers tikken. Dit helpt je hersenen om de herinnering op een andere manier te verwerken.
Wat er gebeurt:
Veel jongeren merken dat hun klachten daarna afnemen, en dat het dagelijks leven beter gaat.
De CAPS-CA is een semigestructureerd interview dat behandelaren ondersteunt bij het vaststellen van posttraumatische stressstoornis (PTSS) en acute stressstoornis bij kinderen en jongeren. Het interview is gebaseerd op de criteria van de DSM-5.
Als PTSS niet op tijd wordt herkend en behandeld, kan dit de ontwikkeling en het dagelijks functioneren van kinderen en jongeren ernstig verstoren. Terwijl er wél effectieve behandelingen beschikbaar zijn. Het is dus belangrijk om klachten tijdig te signaleren. Zo kun je ernstige problemen op latere leeftijd helpen voorkomen.
Waarvoor gebruik je de CAPS-CA?
Je gebruikt de CAPS-CA voor twee doelen:
Wat meet de CAPS-CA?
De CAPS-CA geeft inzicht in hoe vaak en hoe heftig iemand last heeft van PTSS-klachten. Daarnaast laat het zien hoe groot de impact van die klachten is op het leven van een kind of jongere.
Tijdens TF-CBT (Trauma Focused Cognitive Behavioral Therapy) leer je allereerst hoe je je kunt ontspannen en hoe je kunt omgaan met nare gedachten en gevoelens. Je gaat schrijven of tekenen over wat je hebt meegemaakt en je wordt geholpen om erover te kunnen praten met je ouders of verzorgers. Alles wat je in de behandeling leert, kan je helpen om je weer beter te voelen.
Trauma-Focused Cognitive Behavioral Therapy combineert cognitieve gedragstherapie met het opstellen en voorlezen van het traumaverhaal, afgestemd op jongeren en hun omgeving.
Esther Bontekoe Werkte jaren als orthopedagoog bij Lijn5, een instelling specifiek gericht op jongeren met lvb. Sinds Lijn5 een aantal jaar geleden samenging met Levvel, kan zij in haar werk de expertise van jeugdzorg- en ggz-collega’s benutten en omgekeerd de lvb-expertise van collega's vergroten. Daar profiteren vooral haar cliënten van, omdat ze intern veel sneller benodigde hulp bij kan schakelen.
Semra Tunc
Is als basispsycholoog gespecialiseerd in emotieregulatie, persoonlijkheidsproblematiek en traumabehandeling.
Traumatherapeut Semra Tunc werkte tijdens het traject nauw samen met Esther Bontekoe. Het traject vergde van hen veel geduld, samenwerken en creativiteit. Mo had een sterke neiging tot vermijden: hij blokkeerde, raakte overstuur of stopte met schrijven, zodra de herinneringen te dichtbij kwamen of te intens werden. Ook voor de therapeuten was het een uitdaging: Semra Tunc had geen ervaring met jongeren met een lvb en Mo had, zoals hij zelf zei: ’een bijzondere gebruiksaanwijzing’. Daarom pasten ze de behandeling aan op Mo’s tempo en mogelijkheden.
Traumabehandelaar Semra Tunc:
’Voordat de behandeling begon, kreeg ik te horen: Mo is een grote jongen met een grote mond en een klein hart. Hij test je uit als therapeut. Met lelijke opmerkingen en grapjes kijkt hij of je hem accepteert of afwijst. Hoe ‘lelijker’ zijn grappen, hoe meer hij je eigenlijk mag.
Het was heel fijn dat hij al een vaste therapeut had: Esther. Zij kende hem goed, wist precies hoe hij in elkaar zat, en kon hem uitdagen én steunen tegelijk. Esther gaf hem vertrouwen en hielp hem om de behandeling aan te durven. Ook kon hij bij haar terecht voor dagelijkse dingen en struggles. Dat gaf mij als traumatherapeut de ruimte om me volledig te richten op zijn trauma. We stemden veel met elkaar af en ook spraken we samen met Mo, bijvoorbeeld als hij een terugval had of moeilijke stappen moest zetten.
Wat hielp in dit traject? De samenwerking tussen ons als therapeuten. Geduld. Hem uitleg geven over wat er gebeurt. Niet forceren, maar hem zelf de regie geven. Vertrouwen uitstralen. Humor gebruiken. En hem de ruimte geven om zijn hart te luchten over alles wat hem bezighield. Zo kon hij in zijn eigen tempo zijn verhaal vertellen.’
Uiteindelijk lukte het om samen met Mo zijn verhaal op papier te krijgen en te werken aan zijn traumaverwerking. Zijn klachten namen sterk af en hij kijkt nu met tevredenheid terug op het traject. De relatie met zijn ouders blijft ingewikkeld, maar hij kan nu beter zien waar hij zelf invloed op heeft en raakt minder snel getriggerd.
Dit traject met Mo vroeg veel van hem én van de therapeuten. Het vroeg lef om uit te proberen, aandacht om te blijven luisteren en geduld om kleine stappen te waarderen. En vooral om samenwerking op te zoeken tussen disciplines en met de jongere zelf. Voor ons blijft het een les: maatwerk betekent soms ook ongemak en onzekerheid verdragen, lef tonen en blijven zoeken naar wat voor die ene jongere werkt.
Op de hoogte blijven van nieuws en ontwikkelingen van Levvel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!