Publicatietype: Publicatie
Published on 13 oktober 2026
Gerelateerd thema's: Jeugdhulp verbeteren Innovatie Emotionele problemen
10 keer gelezen
Om deze publicatie in je favorieten te plaatsen, moet je ingelogd zijn.
Jongeren hebben hun smartphone bijna altijd bij zich. Niet alleen om te appen of TikTok-filmpjes te kijken, maar ook als bron van informatie over hun dagelijks leven. Denk aan waar iemand komt, hoeveel iemand beweegt, hoe vaak iemand zijn telefoon gebruikt of hoe regelmatig iemand contact heeft met anderen.
Een internationale meta-analyse, waaraan ook onderzoekers van Levvel meewerkten, bracht 45 onderzoeken samen naar het verband tussen passieve smartphonegegevens en de mentale gezondheid van jongeren. Het artikel is gepubliceerd in Nature Partner Journals. De resultaten laten zien dat dit soort gegevens mogelijk kunnen helpen om mentale gezondheidsproblemen eerder te signaleren.
Veel onderzoek naar mentale gezondheid maakt gebruik van vragenlijsten of andere vormen van zelfrapportage. Daarbij moeten jongeren zelf informatie geven over hoe het met hen gaat. Onderzoekers wijzen erop dat deze methoden afhankelijk zijn van een momentopname en actieve deelname, waardoor gegevens daardoor vaak ontbreken.
Passieve smartphonegegevens werken anders. Het gaat om informatie die een telefoon automatisch registreert tijdens het dagelijkse gebruik. Bijvoorbeeld GPS-gegevens, bewegingsgegevens, appgebruik, slaapinformatie of gegevens over bellen en berichten sturen. Onderzoekers noemen dit ook wel digital phenotyping: het continu verzamelen van gegevens om gedrag in het dagelijks leven te volgen.
Blijf op de hoogte met persoonlijke alerts over dit onderwerp
De onderzoekers bekeken 45 studies met in totaal 2.939 jongeren tussen de 12 en 24 jaar. Daaruit blijkt dat passieve smartphonegegevens een klein maar betekenisvol verband hebben met mentale gezondheid.
Zo kunnen veranderingen in gedragspatronen aanwijzingen geven dat het minder goed gaat. Sommige gegevens bleken daarbij informatiever dan andere. Vooral gegevens over iemands bewegingspatronen, gemeten via GPS, lieten relatief sterke verbanden zien met mentale gezondheid. Ook gegevens over telefoongebruik, zoals schermtijd en telefoonsessies, hingen samen met mentale gezondheid.
Opvallend genoeg bleek het aantal contacten dat iemand heeft weinig te zeggen over hoe het met die persoon gaat. Volgens de onderzoekers is de kwaliteit van relaties waarschijnlijk belangrijker dan de hoeveelheid contacten.
Mentale gezondheidsproblemen ontstaan vaak tijdens de adolescentie. Tegelijkertijd blijven signalen regelmatig onopgemerkt en ervaren veel jongeren drempels om hulp te zoeken.
De onderzoekers zien passieve smartphonegegevens als een mogelijke aanvullende methode voor het vroeg signaleren en monitoren van mentale gezondheid bij jongeren. Smartphones bieden volgens hen laagdrempelige mogelijkheden om gedrag continu te monitoren en kunnen inzicht geven in aspecten van het dagelijks functioneren, zoals beweging, slaap, communicatie en sociale interactie.
Deze methode inzetten? Zover zijn we nog niet. De onderzoekers benadrukken dat de gevonden verbanden klein zijn en dat meer onderzoek nodig is. Ook vragen rondom privacy, dataverzameling en standaardisering verdienen aandacht. Meer onderzoek moet duidelijk maken welke gegevens het meest informatief zijn. Hoe deze samenhangen met mentale gezondheid en hoe de methode veilig en verantwoord kan worden ingezet in de praktijk.
Klik hier voor het artikel.
Passieve smartphonegegevens zijn gegevens die een smartphone automatisch registreert tijdens het dagelijks gebruik, zonder dat iemand hiervoor zelf informatie hoeft in te vullen. Denk bijvoorbeeld aan GPS-gegevens, bewegingsgegevens, appgebruik, slaapinformatie en gegevens over bellen en berichten sturen.
Mentale gezondheidsproblemen bij jongeren zijn klachten in gedachten, emoties of gedrag die het dagelijks leven in de weg kunnen zitten. Voorbeelden zijn angst, depressie of trauma.
Op de hoogte blijven van nieuws en ontwikkelingen van Levvel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!