Publicatietype: Interview
Published on 8 mei 2026
Gerelateerd thema's: Transformatie jeugdzorg
Auteur: Helmer Kalkwiek en Chiara Timmermans
19 keer gelezen
Om deze publicatie in je favorieten te plaatsen, moet je ingelogd zijn.
Hoe zorg je voor goed onderwijs voor jongeren die tijdelijk in hoogspecialistische gesloten voorzieningen wonen? Jongeren die soms maanden niet naar school zijn geweest? En die dagelijks ook veel therapie en begeleiding nodig hebben?
Voor die opgave staan programmaleider Helmer Kalkwiek (Levvel) en OnderwijsPlus-directeur Chiara Timmermans (iHub). Sinds de afbouw van de gesloten jeugdzorg, werken zij intensief samen aan 1 gezamenlijke missie: betere integratie tussen jeugdhulp en onderwijs.
We weten al heel lang dat onderwijs in hoge mate bepalend is voor een stabiele toekomst.
Helmer is er als programmaleider verantwoordelijk voor dat iedere jongere in de JeugdzorgPlus een eigen integraal programma krijgt, genaamd Skills@. Het programma draait om talentontwikkeling en autonomie, waarbij passend onderwijs voorop staat.
Helmer: ‘We weten al heel lang dat onderwijs in hoge mate bepalend is voor een stabiele toekomst. Daarom willen we dat zoveel mogelijk kinderen die tijdelijk in 1 van onze voorzieningen wonen naar school gaan.’
Chiara is als directeur van de OnderwijsPlus-school verantwoordelijk voor het onderwijs van deze kinderen. De OnderwijsPlus-school is gevestigd in een vleugel van het Voort College in Amsterdam Zuidoost. Chiara: ‘Niet in een residentiële voorziening, maar gewoon: in een normaal schoolgebouw.’
Wat maakt dat het complex is om deze kinderen goed onderwijs te bieden? Dat begint met het feit dat de medewerkers op de groep en de docenten verschillende opdrachten hebben. Chiara: ‘Pedagogisch medewerkers hebben een groep te draaien, ze moeten gedrag reguleren. Docenten hebben een rooster te draaien en moeten op maat onderwijs geven aan kinderen die tijdelijk bij ons op school zitten. Beiden groepen zijn negentig procent van de tijd met hun eigen opdracht bezig.’
Daar komt bij dat iedere jongere een persoonlijk dagprogramma heeft, afgestemd op diens talenten en ontwikkeling. Daar stemmen medewerkers hun werkdag op af.
Jongeren wonen ook niet meer in 1 grote voorziening, zoals voorheen in de Koppeling, maar in kleinschalige voorzieningen verdeeld over de stad. Docenten hebben contact met jongeren die deels op de groep zitten, deels ambulant worden begeleid en deels in de klas zijn.
Hoe zorg je dan toch voor dat beide groepen medewerkers samenwerken om zoveel mogelijk kinderen op school te krijgen? Door te begrijpen dat 5 leefgebieden alsnog 1 leven maken: dat van het kind.
De teams van Chiara en Helmer zijn er daarom op gespitst om in ieder contact de verbinding te leggen. Chiara: ‘Wij benadrukken telkens weer, overal: het moet ‘wij’ zijn.’ Als de pedagogisch medewerkers zegt: ‘het schoolrooster sluit niet aan op het dagprogramma van dit kind’, en de docent zegt: ‘Ik kan niet met iedereen rekening houden’, dan voeren Helmer en ik met onze teams het gesprek: wat was ook alweer ons gezamenlijk doel? Hoe kunnen we elkaar helpen zodat dit kind toch onderwijs krijgt?’.
Die verbinding zoeken ze ook als het moeilijk wordt. Soms is er onrust op de woongroep, dan dreigt de school naar de achtergrond te verdwijnen. Chiara: ‘Dan hoor ik dat Helmer op de achtergrond aan het werk is om ze toch naar school te krijgen.’ Helmer: ‘Ik bespreek dan ook met Chiara wat de hulpverleners van het onderwijs nodig hebben.’
Om de samenwerking tussen wonen en onderwijs nog beter te verbinden is het team AmbulantPlus opgericht. Dit is een gemengd team met medewerkers uit de jeugdhulp (Levvel) én het onderwijs (iHub), dat jongeren begeleidt, niet alleen tijdens, maar ook voor en na hun verblijf. Dit draagt bijvoorbeeld bij aan de doorlopende onderwijslijn, ook als de woonplek van het kind onderweg verandert.
Wij benadrukken telkens weer, overal: het moet ‘wij’ zijn.
Helmer en Chiara benadrukken niet alleen in hun eigen teams de gezamenlijke visie en aanpak. Ook op bestuurlijk niveau is er continu werk aan de winkel. Chiara: ‘Gelukkig heeft Levvel ervoor gekozen om onderwijs voorop te stellen. En iHub heeft zowel onderwijs als zorg in de organisatie. Dat maakt dat beide besturen hard hun best doen om ons de ruimte te geven om te integreren.’
Dat de programma’s voor de jongeren goed tot stand komen, komt doordat medewerkers elkaar in de loop der jaren steeds beter weten te vinden voor praktische afspraken over hun gemeenschappelijke doelen voor het kind.
Chiara: ‘Gelukkig werken we met mensen die hier met hart en ziel voor kiezen. Maar wij moeten zorgen dat ze het volhouden. De pedagogisch medewerker die een kind dat zijn bed niet uitkomt, toch naar school probeert te krijgen. De docent voor de klas staat waar de ene dag 10 kinderen in zitten en de andere dag 2.’ Het vraagt om een flinke dosis intrinsieke motivatie van mensen die zelf ook afhankelijk zijn van hun eigen draagkracht.'
Helmer: ‘De medewerkers vervullen zelf een voorbeeldfunctie in de grotere transitie, en dat vraagt veel van ze.’ Je moet investeren in je mensen, ze faciliteren. Dit doen we onder andere met intervisie, trainingen, teamdagen en individuele opleidingsplannen.’
Helmer en Chiara zijn beiden intrinsiek gemotiveerd op dit werk te doen. En dat is nodig. Helmer: ‘Want er is niemand van hogerhand die hierom vraagt. Dus je kan het ook niet doen. Maar dan zijn deze kinderen de dupe.’
4 lessen voor professionals
Op de hoogte blijven van nieuws en ontwikkelingen van Levvel? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!