Anorexia nervosa heeft een grote impact op het leven van jongeren én hun gezinnen. Er bestaan verschillende psychologische behandelvormen, maar het wetenschappelijke bewijs over wat deze behandelingen opleveren bij jongeren is lange tijd versnipperd gebleven en nooit volledig samengevat.
In een recente internationale review geven onder andere Levvel-experts Renée Broersma, Moniek Zeegers en Ramón Lindauer hier inzicht in.
Waarom dit onderzoek?
Er bestaan verschillende psychologische behandeladviezen voor jongeren met anorexia nervosa. Toch was het tot nu toe onduidelijk wat we op basis van onderzoek daadwerkelijk kunnen zeggen over de effectiviteit van deze behandelingen specifiek voor deze leeftijdsgroep. In eerdere overzichten werden jongeren en volwassenen vaak samen genomen, waardoor de resultaten moeilijk te vertalen zijn naar de jeugdhulp.
Deze review pakte dat anders aan. De onderzoekers keken naar randomized controlled trials (RCT’s) van psychologische behandelingen bij jongeren van 8 tot en met 18 jaar. Ze vatten behandelingen in de ambulante zorg, klinische zorg en deeltijdbehandeling samen, wat nog niet eerder is gedaan.
Wat laat het onderzoek zien?
Het onderzoek laat zien dat er nog veel vragen openstaan. Er zijn namelijk weinig RCT’s uitgevoerd bij jongeren met anorexia nervosa. Wanneer deze studies er wel zijn, bestaan de onderzoeksgroepen vaak uit kleine en weinig diverse steekproeven, voornamelijk meisjes uit westerse landen. Daarnaast worden lange termijn uitkomsten zelden onderzocht. Ooknis er nog weinig zicht op hoe psychologische verandering tijdens behandeling precies tot stand komt.
Gezinstherapie als eerstekeusbehandeling
Binnen het beschikbare onderzoek komt gezinsbehandeling het meest consistent naar voren. Deze benadering wordt ook in richtlijnen genoemd als eerstekeusbehandeling. De effecten die in studies worden gevonden, hebben vooral betrekking op lichamelijke uitkomsten, zoals gewichtstoename en medische stabiliteit. Voor psychologische uitkomsten, zoals negatieve gedachten over eten of emoties, is het bewijs beperkt en inconsistent.
Andere behandelvormen: nog weinig stevig bewijs
Voor andere interventies, zoals individuele therapie of langdurige klinische opname, is het aantal beschikbare studies beperkt. Hierdoor kunnen op basis van het huidige onderzoek geen stevige conclusies worden getrokken over hun effectiviteit bij jongeren met anorexia nervosa.
Enkele studies suggereren dat een kortere klinische behandeling, gevolgd door ambulante zorg, vergelijkbare uitkomsten kan hebben als een langdurige opname. Deze bevindingen zijn echter gebaseerd op een klein aantal onderzoeken en vragen om verdere bevestiging.
Wat betekent dit voor de praktijk in de jeugdhulp?
De resultaten laten zien dat er nog belangrijke open vragen bestaan in het onderzoek naar behandeling van anorexia nervosa bij jongeren. Er is behoefte aan meer, haalbaar en goed opgezet onderzoek. Met aandacht voor psychologisch herstel, uitkomsten op de lange termijn en hoe verandering tijdens behandeling precies tot stand komt.
Voor professionals in de jeugdhulp biedt dit onderzoek al wel waardevolle eerste aanknopingspunten. Gezinsbehandeling komt binnen het beschikbare onderzoek het meest consistent naar voren, voornamelijk gericht op lichamelijk herstel. Daarnaast suggereren enkele studies dat kortere, klinische zorgtrajecten, gevolgd door ambulante zorg, vergelijkbare uitkomsten kunnen hebben als langdurige opname, al is het bewijs hiervoor nog beperkt.
Meer weten?
Lees hier de volledige publicatie: